Wettelijke verplichtingen Poortwachter
De Wet verbetering Poortwachter verplicht werkgevers en werknemers om zich samen in te spannen voor een snelle en verantwoorde terugkeer naar werk. Hieronder vindt u het tijdlijn stappenplan.

Dag 1 tot en met week 6
Fase 1 – Ziekmelding en eerste begeleiding
De werkgever meldt de medewerker ziek bij Arbo GRIP Services. Er worden afspraken gemaakt over het contact tijdens de ziekte en de eerste mogelijkheden voor herstel en werkhervatting worden onderzocht.
Wanneer langer verzuim wordt verwacht, stelt de bedrijfsarts uiterlijk in week 6 een Probleemanalyse op. Hierin staat welke mogelijkheden en beperkingen de medewerker heeft en wat nodig is voor de re-integratie.
Medische informatie blijft altijd bij de bedrijfsarts. De werkgever ontvangt geen diagnose, maar alleen advies over de inzetbaarheid en mogelijke aanpassingen in het werk.
Wanneer langer verzuim wordt verwacht, stelt de bedrijfsarts uiterlijk in week 6 een Probleemanalyse op. Hierin staat welke mogelijkheden en beperkingen de medewerker heeft en wat nodig is voor de re-integratie.
Medische informatie blijft altijd bij de bedrijfsarts. De werkgever ontvangt geen diagnose, maar alleen advies over de inzetbaarheid en mogelijke aanpassingen in het werk.
Week 6 tot en met week 8
Fase 2 – Afspraken over de re-integratie
Op basis van de Probleemanalyse maken werkgever en medewerker samen een Plan van aanpak. Dit gebeurt uiterlijk twee weken nadat de Probleemanalyse is opgesteld.
In het Plan van aanpak staat onder andere:
wat het doel van de re-integratie is; welke werkzaamheden mogelijk zijn; welke aanpassingen nodig zijn; wie welke actie uitvoert; wanneer de voortgang wordt besproken.
Ook wordt een casemanager aangewezen die het proces begeleidt en de afspraken bewaakt.
In het Plan van aanpak staat onder andere:
Ook wordt een casemanager aangewezen die het proces begeleidt en de afspraken bewaakt.
Week 8 tot en met week 52
Fase 3 – Werken aan terugkeer binnen de organisatie
Werkgever en medewerker voeren het Plan van aanpak uit. Zij bespreken regelmatig — in de praktijk meestal minimaal iedere zes weken — hoe de re-integratie verloopt en passen de afspraken aan wanneer dat nodig is.
Eerst wordt gekeken naar terugkeer binnen de eigen organisatie. Dit noemen we het eerste spoor:
terugkeer in het eigen werk; terugkeer in aangepast eigen werk; ander passend werk binnen de organisatie.
In week 42 meldt de werkgever het langdurige verzuim bij UWV. Rond week 52 stellen werkgever en medewerker samen de Eerstejaarsevaluatie op.
Eerst wordt gekeken naar terugkeer binnen de eigen organisatie. Dit noemen we het eerste spoor:
In week 42 meldt de werkgever het langdurige verzuim bij UWV. Rond week 52 stellen werkgever en medewerker samen de Eerstejaarsevaluatie op.
Vanaf week 52
Fase 4 – Het tweede ziektejaar
Tijdens de Eerstejaarsevaluatie wordt beoordeeld of de ingezette aanpak nog passend is en of terugkeer binnen de eigen organisatie voldoende haalbaar is.
Is er geen concreet vooruitzicht op duurzame werkhervatting binnen de eigen organisatie? Dan wordt ook gezocht naar passend werk bij een andere werkgever. Dit noemen we het tweede spoor.
Een tweede-spoortraject kan al eerder starten wanneer duidelijk is dat terugkeer binnen de eigen organisatie niet haalbaar is. Wanneer het tweede spoor na de Eerstejaarsevaluatie nodig blijkt, moet het doorgaans uiterlijk binnen zes weken worden gestart. Ondertussen blijven werkgever en medewerker ook de mogelijkheden binnen de eigen organisatie onderzoeken.
Is er geen concreet vooruitzicht op duurzame werkhervatting binnen de eigen organisatie? Dan wordt ook gezocht naar passend werk bij een andere werkgever. Dit noemen we het tweede spoor.
Een tweede-spoortraject kan al eerder starten wanneer duidelijk is dat terugkeer binnen de eigen organisatie niet haalbaar is. Wanneer het tweede spoor na de Eerstejaarsevaluatie nodig blijkt, moet het doorgaans uiterlijk binnen zes weken worden gestart. Ondertussen blijven werkgever en medewerker ook de mogelijkheden binnen de eigen organisatie onderzoeken.
Week 88 tot en met week 104
Fase 5 – Eindevaluatie en eventuele WIA-aanvraag
Rond week 88 ontvangt de medewerker van UWV informatie over het aanvragen van een WIA-uitkering.
De bedrijfsarts stelt een Actueel oordeel op. Werkgever en medewerker maken uiterlijk rond week 91 samen de Eindevaluatie en verzamelen alle documenten in het re-integratieverslag.
De medewerker dient de WIA-aanvraag normaal gesproken uiterlijk in week 93 bij UWV in. UWV beoordeelt vervolgens:
of werkgever en medewerker voldoende aan de re-integratie hebben gedaan; welke mogelijkheden de medewerker nog heeft om te werken; of de medewerker recht heeft op een WIA-uitkering.
Zijn de inspanningen van de werkgever onvoldoende geweest, dan kan UWV bepalen dat de werkgever maximaal één jaar langer loon moet doorbetalen en de re-integratie moet voortzetten.
De bedrijfsarts stelt een Actueel oordeel op. Werkgever en medewerker maken uiterlijk rond week 91 samen de Eindevaluatie en verzamelen alle documenten in het re-integratieverslag.
De medewerker dient de WIA-aanvraag normaal gesproken uiterlijk in week 93 bij UWV in. UWV beoordeelt vervolgens:
Zijn de inspanningen van de werkgever onvoldoende geweest, dan kan UWV bepalen dat de werkgever maximaal één jaar langer loon moet doorbetalen en de re-integratie moet voortzetten.
Samen verantwoordelijk, met GRIP op iedere stap
Een succesvolle re-integratie vraagt om samenwerking, duidelijke afspraken en aandacht voor de mens achter de ziekmelding. Arbo GRIP Services begeleidt werkgever en medewerker gedurende het hele proces, bewaakt de wettelijke termijnen en zorgt dat iedereen weet wat er wordt verwacht.
Met tijdige begeleiding voorkomen we vertraging en werken we samen aan een duurzame terugkeer naar werk. Beter worden is een samenspel.
Deze tijdlijn geldt voor langdurig verzuim. Wanneer een medewerker eerder volledig herstelt, zijn de latere stappen niet meer nodig. De termijnen zijn gecontroleerd aan de hand van het UWV-stappenplan bij ziekte, de UWV Werkwijzer Poortwachter en de uitleg van Arboportaal over de rol van de bedrijfsarts.
Met tijdige begeleiding voorkomen we vertraging en werken we samen aan een duurzame terugkeer naar werk. Beter worden is een samenspel.
Deze tijdlijn geldt voor langdurig verzuim. Wanneer een medewerker eerder volledig herstelt, zijn de latere stappen niet meer nodig. De termijnen zijn gecontroleerd aan de hand van het UWV-stappenplan bij ziekte, de UWV Werkwijzer Poortwachter en de uitleg van Arboportaal over de rol van de bedrijfsarts.
